Een nieuwe bestuurder komt goed over in het kennismakingsgesprek met de or. Hij is veel dynamischer dan de vertrekkende, zeer degelijke bestuurder. Eindelijk iemand die ook plannen wil maken en vol is van ideeën. Na twee jaar vertrekt hij met een veel te hoge gouden handdruk. Helaas deed de bestuurder niets anders dan plannen maken. De organisatie en de or hebben zich laten verblinden door één kwaliteit, plannen maken, en heeft de manco’s van de man niet onderkend. Dit mechanisme wordt in de psychologie het halo-effectgenoemd: je laten leiden door één kenmerk in je beoordeling, die je afleidt van andere kenmerken.
Andersom kan ook. Een bestuurder ergert zich aan de or die nu al voor de derde keer dit jaar meer tijd vraagt voor de afhandeling van een adviesaanvraag. De bestuurder ziet niet de berg werk die de or verzet in voorbereiding van de beantwoording van de adviesaanvraag. Hij trekt conclusies op wat hij ziet bij de ander. Hij legt de oorzaak in de karakters van de or-leden en niet in de omstandigheden van het adviestraject. Dat ziet hij immers niet. Dit verschijnsel heet de fundamentele attributiefout: gedrag dat je irriteert bij de ander, verklaar je door diens persoonlijkheid. Het feit dat er een hele wereld van logische oorzaken achter ligt, wordt niet onderkend, want die zie je niet. Je moet proberen om bewust een betere indruk van jezelf achter te laten door meer te delen en uit te leggen.
Zaken als stereotypen en interpretatiefouten zijn vrij hardnekkig. Ze zullen nooit verdwijnen, maar je kunt ze wel een stuk doen verminderen, zowel bij jezelf als or-lid als bij de bestuurder. Volgens de psychologie kan dit helpen:
- zorg voor voldoende persoonlijke kennismaking;
- zorg voor gezamenlijke doelen;
- breek uit je hokje, gedraag je anders.
Het is niet zo dat interpretatiefouten zelden voorkomen. Ieders geest is ingesteld op snelle gemakkelijke conclusies. Op die manier houd je overzicht in de complexe wereld om je heen. Dat kan soms gemakkelijk zijn, maar het kan ook tot onterechte conclusies leiden. Wees je dus altijd bewust van het beperkte beeld dat je op de ander overbrengt en van het onvolledige beeld dat je van de ander hebt.












