Radio, tv, de kranten en natuurlijk in het lijfblad van Defensie, de Defensiekrant. Louter goede berichten van de Staatssecretaris, onder andere een bezoek aan Tarin Kowt, absoluut een goed initiatief.
Natuurlijk is de situatie van de troepen in Afghanistan momenteel van een grote prioriteit. Maar wat is er op de homebase? De Staatssecretaris, geïnterviewd door verschillende militaire vakbonden, predikt onder meer voor een verdere professionalisering van het personeelsbeleid. Defensie wil een goede werkgever zijn, natuurlijk moet je het daar mee eens zijn. Het personeel en de arbeidsomstandigheden zijn in de lopende en komende kabinetsperiode een Defensie-speerpunt. Een logisch gegeven gezien het feit dat Defensie enige duizenden werknemers te kort komt in de komende jaren.
Wat is de relatie in mijn vorige stelling? Het kabinet gaat kennelijk wat doen aan de beloning voor het personeel dat het al jaren volhoudt, in een militaire maatschappij die telkens geteisterd wordt door bezuinigingen en een aanzien geniet van een tweederangsburger. Ik denk dat de huidige militair bij uitstek een professionele vakman is met een hoge mate van moraal en normen en waarden! Bovendien is de militair loyaal tot op het bot, blijven we dat of worden we wegwerpsoldaten onder het nieuwe personeelsbeleid?
To the point, ik mis iets. Ik hoor de Staatssecretaris niet over de kaders waarbinnen de nieuwe arbeidsvoorwaarden zich dienen te bewegen en dan met name betreffende de medezeggenschap.
Zeker, het nieuwe Besluit Medezeggenschap Defensie, vergelijkbaar met de Wet op de Ondernemingsraden, geeft het Defensiepersoneel een stevige basis voor medezeggenschap. Echter, het mist de impuls voor een aanzet naar cultuurverandering, gegeven vanuit de politiek en uitgedragen onze Staatssecretaris.
Dus toch maar even terug naar de politieke tekentafel? Voorwaar, Excellentie, beweeg U!




