Informeel overleg ja of nee?

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

 

Volgens de Wet op de ondernemingsraden (WOR) overleggen bestuurder en OR in de overlegvergadering. Dat is het formele overleg. Ieder ander overleg tussen de directie en (een deel van) de OR is informeel. Ongeacht of dat overleg toevallig plaatsvindt of gepland, spontaan of georganiseerd, in de wandelgangen of in de kamer van de bestuurder.

Veel ondernemingsraden hebben een vorm van informeel overleg met de directie. Soms gaat het over weinig, en is het niet meer dan een agendaoverleg. Soms ook wordt de agenda van de overlegvergadering inhoudelijk voorbesproken, of legt de directeur (of de OR) een en ander in de week.

Het meest evidente argument voor is: elke informatie is welkom. De directeur zegt nu eenmaal meer in het informeel overleg dan tijdens de overlegvergadering. Maar er zijn ook tegenargumenten. Het roept associaties op met achterkamertjespolitiek en met uitwisseling van vertrouwelijke of zelfs geheime informatie. Met name dat laatste wekt onbehagen bij ondernemingsraadsleden die niet bij het informeel overleg aanwezig zijn.

Om informeel overleg te laten slagen, moet in de praktijk aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. In de eerste plaats moet er een zeker basisvertrouwen bestaan tussen OR en directie. Als er aan deze en andere voorwaarden (die in Praktijkblad Ondernemingsraad nader worden uitgelegd) voldaan is, kan informeel overleg een mooie aanvulling zijn op het formele overleg tussen directie en OR.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.