Investeren in gasinfrastructuur draait vooral om prijs

Investeren in gasinfrastructuur draait vooral om prijs
Een fabriek van het bedrijf OCI. Het bedrijf is gevestigd op Chemelot. Foto: Flip Franssen/Hollandse Hoogte.

De energietransitie in Nederland stelt zowel de grote industrie als het midden- en kleinbedrijf (mkb) voor fundamentele keuzes. Terwijl de ene fabriek nadenkt over elektrificatie of waterstof, overweegt de andere om de productie te verplaatsen naar een land waar energie goedkoper is. De markt en niet klimaatbeleid is de bepalende factor bij de investeringsbereidheid in de gasinfrastructuur. Energietransitie-expert Alex Kaat deelt zijn inzichten.

Volgens Alex Kaat spelen beleid en regelgeving zeker wel een rol: voor de industrie is de Europese lijn glashelder. Elk jaar komen er minder ETS-CO₂-emissierechten beschikbaar; vanaf 2040 zelfs helemaal geen meer. Daarmee is er formeel geen ruimte meer voor aardgas. Noch in de elektriciteitsproductie, noch in de industrie. Die geleidelijke maar strakke afbouw vertaalt zich nú al in de ETS-prijs, waarin de toekomstige schaarste is meegenomen. Bedrijven hoeven dus geen gok te nemen op mogelijk strenger beleid: de markt geeft via die prijs het signaal dat aardgas steeds minder aantrekkelijk wordt. De vraag wordt daarmee veel concreter: is aardgas straks nog voldoende beschikbaar, en tegen welke prijs?

Economisch haalbaar?

Dat verschuift ook de discussie rond zogeheten ‘stranded assets’: installaties die hun waarde verliezen omdat ze niet meer rendabel zijn. De vraag is dus minder of de overheid bedrijven juridisch dwingt te stoppen, maar vooral of aardgasgebruik nog economisch haalbaar blijft. Zijn bedrijven en hun financiers nu nog bereid te investeren, of wachten ze af? 

Kaat ziet in de praktijk dat de marktsituatie bepalend is. Hij wijst op de procesindustrie, waar aardgas een essentiële grondstof én kostenpost is. “OCI in Geleen schaalt de ammoniakproductie al af. Dat is logisch. Waarom zouden we hier nog duur aardgas of straks dure groene waterstof gebruiken om ammoniak te maken? Een LNG-schip kan dit halffabricaat net zo makkelijk aanvoeren uit landen waar zowel fossiele als groene energie veel goedkoper zijn. Voor kunstmest geldt hetzelfde. De kans is groot dat die industrie hier uiteindelijk niet in de huidige vorm en omvang blijft.”

Prijsgedreven

Volgens Kaat is de rekensom eenvoudig. Bedrijven waarbij de productiekosten grotendeels worden bepaald door de prijs van energie, zoeken uiteindelijk de laagste prijs hiervoor. “We kunnen in Nederland op onze kop gaan staan, maar met de huidige energie- en netwerkkosten is het voor een Dow Chemical of een Yara weinig aantrekkelijk om hier te blijven investeren. Er zijn betere plekken op de wereld. Als het hier niet uit kan, omdat de prijs van energie te hoog is, gaan dit soort bedrijven weg. We hebben het gezien bij Aldel, die gestopt is met de energie-intensieve productie van aluminium in Groningen.” 

Dat betekent niet dat álle grote industrie verdwijnt, niet uit Nederland en niet uit Europa. “Allereerst: qua waarde en werkgelegenheid is 95% van de Nederlandse industrie niet energie-intensief. De elektrotechnische industrie of voedingsmiddelenindustrie zijn enorm, hebben een hoge omzet en bieden veel werkgelegenheid. Voor deze sectoren is de energierekening per euro omzet zeer beperkt.  
 
Maar ook een deel van de energie-intensieve industrie zal hier willen blijven. Voor sommige bedrijven zijn bepaalde netwerken met andere bedrijven, transportkosten of infrastructuur doorslaggevend. “We gaan bijvoorbeeld geen bakstenen importeren uit Zuid-Afrika”, zegt Kaat. “Maar voor een deel van de energie-intensieve industrie is Nederland simpelweg geen logische vestigingsplaats meer.” 

Duurzamere productie

Voor veel mkb-bedrijven geldt dat de energiekosten relatief minder zwaar wegen of dat vertrek geen noodzaak of optie is. Voor die bedrijven wordt de uitdaging: hoe verduurzaam je je productie tegen aanvaardbare kosten?  Het zijn ‘case-by-case'-beslissingen. Het ene bedrijf kan prima elektrificeren, het andere kiest voor een vorm van groen gas. 

Waterstof krijgt vaak de rol van redder toegeschreven, maar Kaat tempert de verwachtingen. “Tot voor kort ging ook de Rijksoverheid uit van de aanname dat er straks een enorme vraag naar waterstof is, omdat veel industrie niet kan elektrificeren. Maar als je doorvroeg welke industrie het dan betrof, dan bleven er maar enkele niches over. Voor de meeste bedrijven is waterstof simpelweg te duur en elektrificatie een veel betere optie.”

Hij vervolgt: “Een paar jaar terug was er het breed gedragen beeld dat er een kostendaling voor de productie van groene waterstof zou plaatsvinden, zoals deze ook gold voor wind op zee. Maar dit blijkt tegen te vallen. De elektrolyse-technologie is voor een groot deel uitontwikkeld en er komen waarschijnlijk geen grote kostendalingen meer. Bovendien is duurzame elektriciteit een belangrijke kostenpost voor deze waterstof. Ook de elektriciteitsprijs heeft een bodem; windmolens op zee zijn immers ook niet gratis.”

Miljoenen voor netverzwaring

Een ander pijnpunt: waar gaan de miljarden voor netverzwaring naartoe? “Nu vloeien miljarden uit de nettarieven grotendeels naar TenneT. Voor het net op zee dat met name de verwachte elektriciteitsvraag van de industrie moet bedienen, en de infrastructuur voor grote industriële clusters. Er wordt de komende vijftien jaar veel minder geïnvesteerd in de overbelaste netten waar kleinere bedrijven op aangesloten zijn”, zegt Kaat. 
 
“De grote industriële bedrijven worden voor de netverzwaring juist redelijk goed bediend. Maar het mkb, dat kansrijk is en lokaal waarde toevoegt, betaalt een groot deel van de rekening via nettarieven. Terwijl die circa twintig bedrijven in de energie-intensieve industrie relatief juist heel weinig betalen. Deze industrieën lobbyen bovendien voor nog lagere nettarieven om te kunnen overleven. Dat is een enorme scheefheid, die ook economisch gezien averechts werkt.”

Onhoudbaar

Kaat is dan ook duidelijk op dat punt. “Stop met koste wat kost alle zware industrie binnenboord te houden, door hen lage nettarieven en subsidies te geven. Uiteindelijk is dat toch onhoudbaar. Kom met fiscale regelingen, nettarieven en subsidies die gelijk zijn voor alle bedrijven. Dat geeft kansen voor bedrijven die hier goed passen.” 

De geschiedenis wijst het ook uit en biedt tegelijkertijd ook een waarschuwing. “Denk aan de textielindustrie in Twente”, herinnert Kaat. “Die verdween omdat lonen te hoog werden, ondanks verwoede pogingen deze loonstijgingen te temperen, inclusief de komst van arbeidsmigranten. Nu gebeurt hetzelfde met energie-intensieve industrie. Puur op concurrentie de strijd aangaan met lage energiekosten, daarmee redden we het niet.”

Dat betekent niet dat Nederland een waardeloos vestigingsland is, wil Kaat benadrukken. “Integendeel: hightech, innovatieve maakindustrie en kennisintensieve bedrijven hebben hier alle kansen. Maar energie-intensieve bulkproductie van relatief goedkope producten hoort hier niet meer thuis. Dit deel van de industrie levert nog geen procent van de Nederlandse economie en werkgelegenheid, maar vraagt om heel veel steun van de overheid.”

Advies aan Den Haag

Wat moet de politiek volgens Kaat doen na de verkiezingen? “Erken dat niet alle industrie blijft. Plan beleid niet op het idee dat we álles kunnen behouden. Focus op de sectoren die hier passen en maak het voor hen aantrekkelijk. Zorg dat subsidies en infrastructuur niet juist naar de grootste twintig bedrijven gaan, maar ook naar de brede maakindustrie en het mkb. Die vormt de feitelijke ruggengraat van onze economie.”

Daarbij is de energietransitie onvermijdelijk, stelt Kaat, waarin op termijn aardgas ook niet meer past. De vraag is niet óf we veranderen, maar wie er meegaat. “Nederland moet kiezen voor een slimme, toekomstbestendige industrie, niet voor het kunstmatig in leven houden van een achterhaald model. Wees niet bang om uit te spreken dat sommige industrie vertrekt. Dat is geen falen, dat is een economische realiteit. Als je dat eerlijk onder ogen ziet, kun je beter sturen.” 

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.