Grote invloed or bij overheid

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Over de gehele linie van overheidsdiensten dichten ondernemingsraden zichzelf veel invloed op het beleid toe. Met uitzondering van de ministeries is het aantal ondervraagde or-leden dat zichzelf (zeer) invloedrijk vindt, groter dan het aantal or-leden dat de mate van invloed van de medezeggenschap op het beleid omschrijft als ‘matig tot weinig’.

De grote invloed van ondernemingsraden wordt onderschreven door de bestuurders van overheidsorganisaties – en zelfs meer dan dat. Op ministeries is het percentage bestuurders dat meent dat de medezeggenschap veel invloed heeft, bijna tweemaal zo groot als het aantal or-leden dat dit vindt (80 om 43 procent). En van de ondervraagde bestuurders bij politie-organisaties is er zelfs niet één die de mate van invloed van de medezeggenschap omschrijft als ‘matig tot weinig’ (tegen 33 procent van de ondervraagde or-leden). Het aantal bestuursleden van overheidsorganisaties dat de invloed van de medezeggenschap omschrijft als groot tot zeer groot ligt bovendien hoger dan twee jaar geleden (65 procent nu tegenover 61 procent toen). Van de ondervraagde or-leden denkt, net als twee jaar geleden, 57 procent veel tot zeer veel invloed te hebben.

De onderzoeksgegevens werden gepresenteerd op een discussiemiddag over medezeggenschap in het kantoor van de CAOP in Den Haag. Hoogtepunt van de bijeenkomst was een forumdiscussie waaraan vertegenwoordigers van het CAOP, GBIO, de Nederlandse Vereniging voor Medezeggenschap, FNV Bouw en werkgeversvereniging AWVN deelnamen. De discussie werd ingezet met enkele stevige stellingen, waarvan de woorden van Arjen Verhoeff van AWVN de discussie domineerden. Verhoeff merkte op dat er te weinig over vernieuwing van de medezeggenschap wordt gesproken: ‘Ik hoor heel veel oude taal, en we moeten nu juist toe naar nieuwe taal.’

Een man in de zaal merkte op dat de kwaliteit en vernieuwing van de medezeggenschap ernstig te lijden hebben onder de gebrekkige kennis van werkgevers – en onder de ‘spelletjes’ die bestuurders zouden spelen om zich te bevrijden van advies- of instemmingsaanvragen aan de or. Verhoeff: ‘Ongetwijfeld doen werkgevers veel verkeerd op dat punt. Maar waar het vooral om gaat is dat we onhandig zijn geworden in het voeren van gesprekken – zowel werkgevers als werknemers. We praten heel veel, maar vaak zijn dat collectieve monologen over details. Daar komen we niet verder mee.’

Gevraagd welke alternatieven hij ziet voor de ondernemingsraad in zijn huidige vorm, kwam Verhoeff niet met een pasklaar antwoord. Wel wees hij nadrukkelijk op het toenemende aantal flexwerkers binnen Nederlandse organisaties, ter illustratie van de noodzaak tot verandering. ‘Dat is echt een trend. De grenzen worden nu heel onduidelijk door al die flexwerkers en zzp’ers. Wie werkt waar en hoe is de medezeggenschap georganiseerd? We hebben de komende jaren heel veel denkkracht nodig, van zowel bestuurders als medezeggenschap. Het is echt tijd om de noodklok te luiden.’

Vanuit de zaal vertelde de or-voorzitter van de gemeente Zoetermeer over een vernieuwende vorm van medezeggenschap bij zijn organisatie, ingegeven door het feit dat de or dit jaar voor het eerst vacatures heeft. ‘We voeren veel informele overleggen met de directie. Er worden geen verslagen van gemaakt, maar op die bijeenkomsten worden wel de zaken gedaan. Op die manier bereiden wij de organisatie-vernieuwing voor met de bestuurder.’

Niet alle experimenten zijn echter zo succesvol. Jan Karel, onderzoeker van GBIO, vertelde over een informele vorm van medezeggenschap waar adviesbureau De Beuk mee begonnen is. ‘Het gaat om een experimenteel project met directe en indirecte participatie van medewerkers – maar dan alleen op momenten dat er iets speelt. Er is geen or, maar wel een gekozen regieraad. Alles gaat buiten de WOR om, maar de wet is nog wel het vangnet voor als het niet werkt.’ De belangstelling voor deze nieuwe vorm van medezeggenschap valt tot dusver tegen, aldus Karel. ‘Uit het bedrijfsleven hebben we geen enkele deelnemer. Ik weet niet waarom. Er is wat twijfel bij, en dat geldt ook voor het werken met een kern-or.’

Niko Manshanden van FNV Bouw benadrukte de mogelijkheden die de WOR biedt. ‘Er is veel mogelijk, bijna niets is verboden. Er zijn dus veel andere vormen van medezeggenschap nodig. Er moet meer gecommuniceerd worden, ook met de flexibele schillen om het bedrijf. De or moet ook opkomen voor de belangen van zzp’ers, uitzendkrachten, tijdelijke contracten et cetera. De medezeggenschap moet zichzelf van binnenuit vernieuwen. Maar de or mag niet verdwijnen!’

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.